Het klinkt als een grap, maar het is verrassend dichtbij de werkelijkheid: de prijs van een frikandel en die van een koopwoning zijn de afgelopen 25 jaar bijna even hard gestegen. Niet in euro’s, maar in procenten. Om zulke totaal verschillende producten te kunnen vergelijken, werken we met indexcijfers. Daarbij kiezen we een basisjaar dat de waarde 100 krijgt. In dit voorbeeld is dat het jaar 2000. Alles wat daarna gebeurt, drukken we uit ten opzichte van dat startpunt.
Het startpunt: het jaar 2000
Stel dat een frikandel in 2000 één euro kostte. En voor het voorbeeld koste een koopwoning ongeveer tweehonderdduizend euro. Beide prijzen krijgen in dat jaar een index van 100. Het gaat hierbij niet om het bedrag zelf, maar om de ontwikkeling ervan.
Vijfentwintig jaar later
Rond 2025 kost diezelfde frikandel ongeveer 2,80 euro. De woning van twee ton zit inmiddels rond de 560.000 euro. Omgerekend naar indexcijfers komen beide uit rond de 280. Dat betekent dat zowel de frikandel als de koopwoning in 25 jaar bijna verdrievoudigd is in prijs.

Een verrassende vergelijking
Huizenprijzen halen vaak het nieuws, terwijl prijsstijgingen van alledaagse producten vooral aanvoelen als kleine ergernissen. Toch laat deze vergelijking zien dat de stijging in verhouding nauwelijks verschilt. Inflatie raakt niet alleen de woningmarkt, maar ook de snackbar om de hoek.
Een huis koop je één keer, een frikandel misschien elke week. De impact is dus heel anders.



Geef een reactie